|
Van December tot
April snoeit de fruitteler zijn bomen.
Na het snoeien wordt de strook grond onder de bomen vrij van
onkruid gemaakt.
De graspaden tussen de rijen bomen worden gemaaid. Ook wordt
de boomgaard bemest
en beregend. In de zomer worden de appels gedund. Uit elke boom
worden dan wat appels weggenomen zodat de andere appels beter
kunnen uitgroeien tot grote appels.
Schimmels en schadelijke insecten kunnen een boom ziek maken.
Daarom wordt in
elke boom een takje gelegd met insecten die de schadelijke soorten
opeten. Ook worden feromoonvallen gebruikt om schadelijke beestjes
te vangen. Feromoon is een stof waarvan
de geur mannelijke insecten lokt. De teler gebruikt zo weinig
mogelijk gewasbeschermings-middelen. Hij let goed op de insecten
in zijn boomgaard. Pas als ze echt schade dreigen aan te richten,
gebruikt hij een chemische gewasbeschermingsmiddel.

De middelen
die worden gebruikt, zijn over het algemeen niet schadelijk
voor de mens en minder belastend voor het milieu dan vroeger.
Ook bij de ontwikkeling van nieuwe rassen die resistent zijn
tegen ziekteverwekkers. De teler hoeft tegen deze ziekteverwekkers
dan ook geen maatregelen te nemen. Behalve naar ziekteresistentie,
kijken veredelaars voor de ontwikkeling van een nieuw ras ook
naar onder andere de smaak en het aantal kilo's dat kan worden
geoogst.
Sommige fruittelers laten valken in hun boomgaard nestelen.
Deze vogels houden het aantal
muizen binnen de perken. Muizen kunnen namelijk de wortels van
de bomen kapotmaken.
De drukste periode van het jaar valt tussen eind augustus en
begin oktober. Dan zijn de appels, peren en pruimen rijp. Het
ene ras wat vroeger dan het andere. Ze moeten met de hand worden
geoogst. Daarbij krijgt de fruitteler extra hulp van huisvrouwen
en scholieren.
Appels plukken is een handigheidje: Je knikt het steeltje en
breekt de appel voorzichtig van de tak af. Het steeltje moet
aan de appel blijven zitten. Een appel zonder steeltje heeft
een wondje. Op die plaats gaat de vrucht eerder rotten. Er zijn
geen plukmachines die net zo voorzichtig kunnen plukken als
mensenhanden. Ook is het nog te moeilijk voor een machine om
appels in de boom op te zoeken en ze dan voorzichtig neer te
leggen. Van een jonge boom worden ongeveer zes kilogram appelen
geplukt. Van een oudere boom soms wel twintig kilogram.

Een
deel van de oogst gaat direct naar de veiling. De rest wordt
in koelcellen bewaard. De fruitteler verkoopt appels en peren
uit de koelcellen als hij er een goede prijs voor kan krijgen.
Voor de appelen en de peren naar de veiling gaan, sorteert de
fruitteler ze. Met een sorteermachine
worden ze op maat gesorteerd. Sorteren op kleur, vorm en beschadigingen
gaat 'op het blote oog'.
In de herfst worden de oude appelbomen gerooid. De fruitteler
plant vanaf half november tot in mei nieuwe bomen ter vervanging.
M.B.T. (Milieu Bewuste Teelt)
Bij de proeftuin doen we ook aan milieu bewuste teelt. Wij gebruiken
natuurlijke vijanden als bescherming voor onze gewassen alleen
als er geen andere uitweg te vinden is zijn wij genoodzaakt
om een zo minimaal schadelijk gewasbeschermings middel te gebruiken.
De natuurlijke vijanden die wij het meest gebruiken zijn:
-Lieve heers beestjes: beschermen tegen luis
-Oorwormen: beschermen tegen bloedluis
-Roofmijt: beschermen tegen spinten en roestmijt
-Roofwants: beschermen tegen perenbladvlo

Links een lieveheersbeestje
dat een luis opeet.
En rechts de eitjes van een lieveheersbeestje.
Ook hebben wij nestkasten
hangen voor torenvalken. Deze torenvalken jagen namelijk op
muizen.
En muizen knagen graag aan de wortels van de appelbomen.
Als we nieuwe appelbomen gaan planten leggen we in elke van
deze bomen een takje van een oude appelboom. Op dit takje bevinden
zich namelijk roofmijten, deze beestjes kunnen niet vliegen
en moeten dus op elke nieuwe boom met de hand uitgezet worden.
|